
Milieurelevante industriële installaties
Richtlijn 2010/75/EU inzake industriële emissies ( RIE-richtlijn) vormt de basis voor de toelating van bijzonder milieurelevante industriële installaties in de Europese Unie. De richtlijn werd eind 2010 aangenomen en trad begin 2011 in werking.
Doel van de Richtlijn Industriële Emissies
Het doel van deze richtlijn is de milieueffecten van industriële installaties op lucht, water en bodem te voorkomen, verminderen en, voor zover mogelijk, elimineren. Voor deze crossmediale, geïntegreerde beschermingsaanpak worden industriële installaties in overeenstemming gebracht met een uniforme technische norm, de zogenaamde beste beschikbare technieken (BBT). De richtlijn inzake industriële emissies breidt onder andere de regelgeving voor BBT uit, scherpt sommige emissiegrenswaarden aan en specificeert gedetailleerde eisen voor rapportage en monitoring van installaties.
De richtlijn is nu omgezet in nationale wetgeving en de daaruit voortvloeiende regelgeving is op 2 mei 2013 van kracht geworden.
De richtlijn inzake industriële emissies vervangt de vorige richtlijn inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (IPPC-richtlijn) en bundelt andere richtlijnen met betrekking tot emissiebeheersing.
Getroffen industriële installaties
In de verordening inzake vergunningsplichtige inrichtingen (4e BImSchV) zijn RIE-installaties opgenomen in bijlage I van de 4e BImSchV en gemarkeerd met de vermelding "E" in kolom "d". Bovendien is elke onafhankelijk geëxploiteerde installatie voor de behandeling van industrieel afvalwater die afvalwater van RIE-installaties behandelt, zelf ook een RIE-installatie (paragraaf 60 (3) zin 1 nr. 2 van de Wet op de waterhuishouding).
Implementatie van de IE-richtlijn
Sectie 52a van de gewijzigde Federale Immissie Controle Wet (BImSchG) bepaalt dat er bewakingsplannen en bewakingsprogramma's moeten worden opgesteld voor installaties die onder de Richtlijn Industriële Emissies vallen.
De stad Jena heeft voor alle betrokken industriële installaties een monitoringplan opgesteld om de monitoring uit te voeren. Op basis van dit plan heeft de stad Jena een bewakingsprogramma opgesteld voor de RIE-installaties die zij moet bewaken.
De huidige monitoringverslagen voor de in bijlage 1 van het monitoringprogramma genoemde IED-installaties kunnen ook worden gedownload.
De taken van het immissiecontroleteam die in deze context moeten worden uitgevoerd, omvatten
- Opstellen van vergunningsberichten voor nieuwe RIE-installaties
- Onderzoek van de rapporten over de uitgangstoestand van bodem en grondwater (AZB) die moeten worden ingediend in het kader van nieuwe installaties of belangrijke wijzigingen aan RIE-installaties
- Herziening en, indien nodig, actualisering van de vergunningskennisgevingen
- Opstellen en bijwerken van programma's voor regelmatige monitoring
- Inspecties ter plaatse in het kader van het toezicht op de immissiecontrole van installaties waarvoor een vergunning vereist is krachtens de wetgeving inzake immissiecontrole en ervoor zorgen dat de installatie in kwestie voldoet aan de vergunningsvereisten.
- Controleren van de informatie die jaarlijks door de exploitanten van de installaties wordt ingediend als onderdeel van het emissiebewakingsprogramma